Decenniumwissel 2010-2020

De jaarwisseling. De feestdagen aan het einde van het jaar, dat is niet mijn tijd van het jaar. Begin deze eeuw overleed mijn moeder op het einde van nieuwjaarsdag. Gevolgd door mijn grote broer op oudjaarsavond, exact tien jaar later. Feestelijk vind ik deze donkere dagen dus niet. Altijd een rouwrandje. Niet iedere jaar hetzelfde, dit jaar was het voor mij weer een stuk intenser als de afgelopen jaren. Net als je denkt, ik ben er doorheen meld de rouwarbeid zich weer in alle hevigheid. Ik heb er de afgelopen maanden weer volop tijd voor mogen reserveren. (Vandaar dat jullie mijn blog eind vorige maand gemist hebben.)

2010; Overlijden grote broer John

Ik liep al zeker anderhalf jaar te balanceren op het randje van een ravijn. Mijn oude leven brokkelde in rap tempo af, terwijl ik nog niet durfde te vertrouwen op het nieuwe. Ik durfde de sprong het ravijn in niet te maken. Toen overleed mijn broer. Zijn dood duwde mij abrupt het ravijn in. Verdoofd, verbaast, verdwaald bevond ik mij plots op de bodem van dat ravijn. De eerste helft van 2011 heb ik in die staat rondgelopen op de bodem van dat ravijn. Toen kwam beetje bij beetje het besef, dat ik niet was overleden. Echter leven deed ik ook niet. Om mijn leven werkelijk te leven, had ik de bodem van dit ravijn te verlaten. Ik mocht dus op zoek naar de weg naar boven. Op zoek naar een weg die er niet was. Die had ik zelf te creëren. Die weg creëren begint met de eerste stap. Gevolgd door de volgende stap. En de volgende en de volgende en de volgende….

Met enige regelmaat valt er dan toch nog een brokstuk van je oude leven het ravijn in. Die ik dan op mijn hoofd kreeg. Gevolg; ik viel weer een stuk naar beneden. Echter ik ben nooit meer teruggevallen tot op de bodem. En ik ben blijven klimmen. Stap voor stap. Soms ruste ik even. En genoot ik vooral van het uitzicht dat ik al had. Heel soms maakte ik mij ook zorgen over de immense reis die ik nog moest maken naar boven. Echter meestal, mag ik nu vaststellen, genoot ik van de reis.

2015; Ik ben boven.

Aan het einde van 2014 kon ik het ravijn verlaten. Ik was aan de andere zijde boven gekomen. Klaar om te starten met mijn nieuwe leven. Geen brokstukken van het oude die op mijn hoofd kunnen vallen. Vertrouwen gekregen in mijn eigen kwaliteiten. Op 2 januari (de officiele overlijdingsdag van mijn moeder) 2015 schreef ik mijn nieuwe bedrijf in bij de KvK.  Een startend bedrijf heeft natuurlijk nog geen enkele klant. Ik mocht mijn eigen werkstijl gaan ontwikkelen. Weer mocht ik een pad maken door het te gaan. De ervaringen van uit het ravijn klimmen kwamen daarbij goed van pas. De eerste klanten kwamen. De opstellingenavonden begonnen te draaien. Ik durfde door deze succeservaringen steeds meer te vertrouwen op mijn eigen kunnen. Op mijn diepere weten. Steeds meer ging ik werken vanuit dat diepere weten. Durfde ik te volgen wat zich aandiende. Ik reikte uit naar mensen om samen te werken. Vriendschappen ontstonden vanuit die uitreiking. Mijn nieuwe wereld kreeg er een verdieping bij. Stapje voor stapje bouwde ik in deze nieuwe werkelijkheid een nieuw (t)huis. Tijdens dit bouwen herontdekte ik steeds weer een laagje van mijn authentieke ik. Laagje voor laagje kwam ik thuis bij mijzelf.

Winter 2019/2020.

Toen belande ik in deze winterperiode. Vijf jarig jubileum van mijn bedrijf voor de deur. Ongeveer tien jaar geleden werd ik ziek, waardoor ik langzaamaan moest toegeven dat ik mijn werk niet meer kon doen. Aan het einde van dit jaar is mijn broer gewoon al tien jaar dood! Half november woonde ik negen jaar op en met mijzelf. Dus ook daar nadert het tien-jarig jubileum. Plots was alles weer daar. De hele reis van diep vallen het ravijn in. De weg zoeken naar boven. Daar weer wat opbouwen. Trots zijn op wat ik gepresteerd heb. Op hetzelfde moment voelen wat ik toen niet kon voelen. Het verlies. Wat te groot was. Ik werd er weer even helemaal in getrokken. Ik liet me erin trekken. Ik gaf mij eraan over. In dat overgeven zit mijn grootse winst. Het gene waar ik zo trots op ben. Als ik voel dat rouw zichzelf aandient, sluit ik de deur niet meer. Nee, ik laat het binnen. Zo trots dat ik dat volledig kan. De winst van 10 jaar een pad maken. Stap voor stap.

Mijn oerwond.

Omdat ik beried was/ben om de deur open te houden was daar plots over al wat er gebeurde heen ook weer het gemis van Roos. De zus die halverwege onze zwangerschap het leven liet. Deze winter maak ik (zoals jullie in mijn vorige blogs getuige mochten zijn) een prachtige reis. In verbinding met enkele moedige vrouwen mag ik uitzoeken hoe dat bij mij werkt; het vervullen van een diep verlangen. De dynamiek tussen een man en een vrouw in een diepe liefdesrelatie. In die zoektocht duikt dan steevast Roos op. Onbewust leg ik deze moedige dames de druk op om aan die verbinding te tippen. Ik begrijp heel goed dat ik ze opzadel met een onmogelijke opgave. En toch keer op keer mag ik voelen dat ik haar zo mis. Dat ik onbewust een invulling zoek voor die lege plek.

Balans.

Bij de afgelopen decenniawissel heb ik zo ervaren dat er balans komt als alles zijn plek mag hebben. Als ik de rouw binnen laat als die op de deur klopt. Als ik het verdriet en het gemis de ruimte geef die het verdient. Ontstaat er aan dezelfde tafel plots ook de ruimte voor het geluk wat ik in mijn leven heb. Mag trots aanschuiven aan tafel.  Als mijn boosheid over hoe sommige zaken zijn gelopen door de kamer mag razen, dan komt er ruimte voor mijn bewustzijn op de enorme persoonlijke groei die ik de afgelopen tien jaar heb doorlopen.

Ik stond dus even stil, om dit alles ruimte en plek te geven. En om te genieten van het uitzicht. Met ontzettend veel trots terugkijkend op de weg die ik heb afgelegd. Vol met vertrouwen in de toekomst. Het beste mag nog komen.


Hoe ga jij om met jouw rouw? Neem jij hem? of druk jij het weg? Ik loop graag een stukje met jou mee om dat te onderzoeken. Je bent van harte welkom.